|
|
 |
|
 |
| |
|
|
|
De
Waddenzee
(bron wikipedia)
De Waddenzee is de binnenzee tussen de
Waddeneilanden en de Noordzee aan de ene kant, en
aan de andere kant het vasteland van Duitsland,
Denemarken en Nederland. Dit gebied tussen Esbjerg
en Den Helder heeft een lengte van 500 km en is
gemiddeld 20 km breed. De oppervlakte bedraagt
ongeveer 10.000 km˛
De Waddenzee is onderdeel van de waddenkust van de
Noordzee. Typerend zijn de tijdens eb droogvallende
zandplaten, gescheiden door meer of minder diepe
geulen. Langs de kust vinden we meestal een
modderige strook slik. Met iedere vloed wordt het
zoute water van de Noordzee door de zeegaten tussen
de Waddeneilanden de wadden opgestuwd. Ook monden
een aantal rivieren op de Waddenzee uit. In
Duitsland de Eems, de Wezer en de Elbe, in Nederland
de IJssel en andere in het IJsselmeer afwaterende
rivieren en kanalen.
Ontstaan
De in de Noordzee uitmondende rivieren (de Rijn Maas
en Schelde) dragen zand mee, dat eeuwenlang langs de
vlakke en ondiepe kust werd afgezet. Zo'n 5.000 jaar
geleden ontstonden hierbij, ook door de werking van
de wind, strandwallen. Het gebied achter de wallen
bleef voortaan in de regel droog. Er ontwikkelde
zich een rijke vegetatie en uiteindelijk vond er
zelfs veenvorming plaats. Op die manier is het
huidige landschap van Vlaanderen en Holland
ontstaan.
In het Waddengebied brak de strandwal in de
Middeleeuwen echter in stukken, de restanten vormen
de huidige Waddeneilanden. Een deel van het land
achter de wallen kon door de bewoners met dijken
worden beschermd, maar een ander deel werd weer
dagelijks door de zee overstroomd. De Waddenzee
ontstond dus in een geologische gezien recent
verleden, en is zeer veranderlijk, onderhevig aan
constante opbouw en afbraak door de zee.
Het woord wad komt van het Latijnse woord vadum, dat
"doorwaadbare plaats" betekent

Beschermd gebied
Het ondiepe, relatief warme water van de Waddenzee
met zijn rijke bodemleven voorziet in de
levensvoorwaarden van grote aantallen planten en
dieren. Ongeveer 250 plantensoorten komen alleen in
de Waddenzee voor. Zeehonden krijgen er hun jongen,
vis zet er zijn kuit af, en vogels foerageren op de
wormen en schelpdieren als voorbereiding op hun
jaarlijkse trek. Door deze rol als kraamkamer en
pleisterplaats heeft de Waddenzee niet alleen lokaal
een grote ecologische waarde.
Ooit was de Waddenzee vol zeegras: in 1932 was het
oppervlak meer dan 150 km˛. De zeegrasvelden zijn
goeddeels verdwenen. Maar nu er tekenen van herstel
zijn, wordt zeegras uitgezaaid in de hoop dat dit
biotoop met de daarbij horende organismen zich kan
herstellen.
Het grootste deel van de Nederlandse Waddenzee is
beschermd natuurmonument en is door de Unesco
aangewezen als Biosfeerreservaat. Het eiland
Schiermonnikoog en de Duinen van Texel zijn
Nederlandse Nationale parken. Ook het Duitse deel
van de Waddenzee is natuurreservaat, verdeeld in
drie zones waarin verschillende beschermingsregimes
gelden.
Op een in november 2005 gehouden internationale
Waddenconferentie is besloten om het Nederlandse en
het Duitse deel aan te melden voor de lijst van
Werelderfgoed. Het Deense deel zou later kunnen
volgen
Scheepvaart op de Waddenzee
De Waddenzee wordt al sinds mensenheugenis door
schepen bevaren. Voordat het Noordzeekanaal gegraven
werd, was de enige manier om Amsterdam (en andere
belangrijke Nederlandse havens) vanaf de Noordzee te
bereiken via de Waddenzee en de Zuiderzee. Het
bevaren van de Waddenzee was in die tijd moeilijk,
door de steeds verplaatsende geulen en banken en de
spaarzame bebakening. Menig schip verging. Voor
duikverenigingen levert dit vandaag veel
interessante plekken op. Hoewel de bebakening en
navigatietechnologie sindsdien enorm verbeterd zijn,
vereist het bevaren van de Waddenzee nog steeds
speciale kennis en ervaring.
Voor het ondiepe water van de Waddenzee en de
Zuiderzee zijn aparte scheepstypen ontwikkeld, met
platte bodems en zijzwaarden. Vandaag wordt de
Waddenzee bevaren door veerboten naar de
Waddeneilanden, de visserij, de pleziervaart en
traditionele zeilende vrachtvaarders als klippers,
tjalken, aken enz. Bekende havens zijn Oudeschild,
Harlingen, Oost-Vlieland, West-Terschelling, Nes,
Schiermonnikoog, Lauwersoog en Noordpolderzijl.
Om overlast door de recreatievaart te voorkomen is
een Erecode voor Wadliefhebbers opgesteld. De
bedoeling is dat hiermee het bewustzijn voor de
ecologische waarde wordt verhoogd en zelfregulering
het instellen van regelgeving door de overheid
overbodig maakt. Het Nederlandse deel van de
Waddenzee behoort tot de binnenwateren, de
scheepvaart is er dus gehouden aan het
Binnenvaartpolitiereglement. Voor de Eemsmonding
geldt een apart reglement. In Duitsland geldt de
Waddenzee als open zee, en dus zijn de
Internationale Bepalingen ter voorkoming van
aanvaringen op zee van kracht.
De scheepvaart van en naar het IJsselmeer geschiedt
via de Lorentzsluizen bij Kornwerderzand of de
Stevinsluis bij Den Oever. Andere veel gebruikte
routes van en naar de Waddenzee zijn het Van
Harinxmakanaal, dat bij Harlingen in zee uitmondt,
de Robbengatsluis bij Lauwersmeer en het Eemskanaal
tussen Groningen en Delfzijl. In Duitsland zijn de
rivieren Eems, Wezer, Elbe en Eider de belangrijkste
verbindingen tussen de Waddenzee en het achterland. |
|
|
|
 |
|
 |
|